Op weg naar een schetsdag. Een kinderopvanglocatie die een groene, avontuurlijke buitenruimte wil.  Ze hebben inspiratiebeelden bekeken, samen met het team plannen gemaakt en misschien zelfs een groene collega-locatie bezocht. Daardoor zijn er beelden ontstaan over hoe zij willen dat hun buitenruimte eruit komt te zien. Wilgenhutje, zandbak, betonbuis, verstopbosjes, waterpunt, het komt allemaal voorbij. Volwassenen houden van lekker concrete plaatjes in hun hoofd en geven die nu aan ons door. Een collage vol met elementen en de enthousiaste verwachting dat wij als ontwerpbureau die elementen op de juiste plek gaan zetten en er dan een mooie buitenspeelruimte ontstaat.
Maar zo werkt het niet! Wil je dat kinderen lekker gaan spelen, dan zet je niet wat elementen neer op het aantal beschikbare vierkante meters speelruimte.  Dan moet je niet denken in ‘glijbaan’, ‘schommel’, ‘ zandbak’ of in de natuurlijke varianten ‘ wilgenhut’, ‘watergoot’ of ‘ moestuin’.
In plaats daarvan denk je aan: Beweging!
De basis van een speelruimte is namelijk hoe er door de ruimte bewogen kan worden. De weg van het poortje in het hek, naar de deur van de ingang van het gebouw, is een logische lijn waar rekening mee gehouden wordt. Maar aan de doorgaande bewegingen die de kinderen in de speelruimte kunnen maken, wordt vaak voorbijgegaan. Daardoor ontstaat chaos en onrust. Kinderen bewegen zich vanuit de deur direct naar het dichtstbijzijnde speeltoestel. Het spel vindt plaats op en rondom de spelelementen, en de ruimte wordt verder eigenlijk weinig gebruikt. De kinderen die grofmotorisch spel kiezen, hebben de overhand en  rennen en fietsen de kinderen die zich rustig bewegen omver.
Jazeker, er wordt gespeeld en bewogen. Maar waarom zou je niet meer uit je buitenruimte wil halen en hoe doe je dat dan?
Zorg bij het ontwerpen dat het mogelijk en interessant is om elk gaatje en hoekje van de speelruimte te gaan ontdekken voor spel. En dat kinderen uitgenodigd worden om daar naartoe te gaan bewegen. Dat kan doordat iets zichtbaar en uitnodigend lonkt, zoals een paal die in de verte als marker fungeert, maar ook door juist te prikkelen met een door bijvoorbeeld beplanting of een heuvel afgeschermde plek die nieuwsgierig maakt: wat zou daar zijn. En, bij de grotere kinderen, ik ga ‘zelluf’ op avontuur en geen volwassene die mij ziet. (Terwijl jij als pedagogisch medewerker natuurlijk prima over die bosjes van 1,20 meter heen kan kijken.)
Hoe de kinderen zich door de ruimte kunnen bewegen, is dus het eerste basisprincipe waar je rekening mee houdt tijdens het ontwerpen.
Een tweede principe is natuurlijk zorgen dat er tijdens het bewegen door de ruimte, uitdagingen zijn die uitnodigen om zo gevarieerd mogelijk te bewegen. Rennen, maar ook van beweging naar stilstand komen om de rust te nemen te bedenken wat je nu gaat doen. En weer de weg vervolgen op je speelpad: samen met je vriendjes of even een afslag nemen om zelf aan te rommelen. En ga je verder over de heuvel of er omheen? En loop je of kruip je? Rol je of ren je naar beneden? Of ben je in een heel andere fase en zet je je  eerste stapjes op gras? Dat voelt en beweegt anders dan je eerste stapjes op zand of steen. En tegelijk met het bewegen ontstaat dan een diversiteit in spelen. Zoals Louise Berkhout dat zo mooi verwoord heeft op het Congrestival Bewegend Ontwikkelen: ‘Spelen is de motor voor ontwikkeling en bewegen is de brandstof. ‘
Als je deze principes als basis neemt, ontwerp je je buitenruimte vanuit het oogpunt van bewegend ontwikkelen!
En of er dan uiteindelijk een wilgenhutje, palenhutje of speelgoedhuisje komt te staan, is eigenlijk pas de laatste fase. Waarbij je weer de afweging kan maken: wat zet het kind het meeste in beweging. En daarbij neem je niet alleen de fysieke beweging mee, maar ook de innerlijke beweging. Wat beweegt de fantasie, wat beweegt de exploratiedrang, wat beweegt het kind om tot rust te komen.

Congrestival Bewegend Ontwikkelen

Vanuit deze invalshoek zetten wij jullie graag op het Congrestival Bewegend Ontwikkelen in beweging!

Programma
Tickets
Contact

Over Marieke Dekker

Marieke Dekker is eigenaresse van BuroBlad. BuroBlad maakt een groene buitenruimte waar je je fantasie de vrije loop kunt laten zonder vooraf opgelegd spel. Oneindig veel speelplezier met een uitdagende vrijheid. Zonder dat het ergens toe hoeft te leiden, terwijl er ondertussen stiekem erg veel geleerd wordt. Fantaseren, genieten, lekker bewegen en bezig zijn. Zomaar met niks en zomaar met alles.

Gerelateerde berichten