In de vorige drie blogs heb je al kunnen lezen wat de Wet IKK betekent voor de definitie van verantwoorde kinderopvang, voor je pedagogisch beleidsplan en voor je beleid veiligheid en gezondheid.
Uiteraard brengt de Wet IKK nog wat andere veranderingen met zich mee. In deze blog zal ik jullie informeren over de laatste onderwerpen die ik nog niet had belicht.

Opleidingseisen pedagogisch medewerkers

Kennen jullie dat? Je vindt een geweldige medewerker voor op jouw buitenschoolse opvang, maar het diploma van deze medewerker is niet conform de cao kinderopvang. Je hebt nu twee keuzes: of een gelijkstellingstraject starten of een EVC-procedure in gang zetten. Vaak zijn deze stappen onbekend en spannend en durf je daarom toch niet het risico te nemen. Hierdoor kies je mogelijk voor een andere sollicitant. Het goede nieuws is dat vanaf 1 januari 2018 de opleidingseisen voor beroepskrachten in de buitenschoolse opvang worden bijgesteld. Hierbij zullen er een aantal nieuwe opleidingen worden opgenomen, waardoor je de sollicitant die je nu nog afwijst, omdat haar diploma niet conform cao kinderopvang is, in 2018 wel kan aannemen. Het slechte nieuws is dat dit prachtige nieuwe lijstje nog niet is opgesteld. Wij zullen dus nog even vol spanning moeten wachten welke diploma’s zometeen geschikt zijn voor werkzaamheden in de buitenschoolse opvang.
Naast deze wijziging geldt dat de beroepskrachten van de babygroep zometeen opgeleid dienen te zijn als babyspecialist. Deze beroepskrachten dienen dus allemaal een scholing te volgen. Nu is het zo dat de overheid niet kan verwachten dat per 1 januari 2018 alle babyleidsters volgens de nieuwe vereisten zijn opgeleid, met name omdat er nog geen duidelijkheid bestaat over welke cursussen en opleidingen volstaan. Wanneer deze regeling ingaat, is tot dusver onbekend.
Tot slot is aan de kwaliteit en opleidingseisen voor pedagogisch medewerkers nog gesteld dat zij het Nederlands op 3F-niveau kunnen spreken. Volgens de laatste berichten is hiervoor een ingroeiperiode ingesteld die duurt tot januari 2023. Dit betekent dat alle houders tot die tijd de kans krijgen om alle beroepskrachten die zij in dienst hebben, te laten voldoen aan deze taaleis. De overheid is, in samenwerking met onderwijspartners en de brancheorganisaties, momenteel nog aan het bepalen welke opleidingen en certificaten zometeen laten blijken dat jouw beroepskracht voldoet aan deze taaleis. Dus ook hier moeten wij nog even geduld voor hebben.
Welke regeling wel vanaf 1 januari 2018 van kracht gaat en wellicht ook te maken heeft met de opleidingseis van pedagogisch medewerkers, is het verplicht aanwezig zijn van minimaal één medewerker met een EHBO-diploma, gedurende de gehele openingstijd. Hierover schreef ik al in mijn vorige blog. Mocht je die gemist hebben, lees hem dan hier nog even terug.

Meer stabiliteit voor kinderen

In een van mijn vorige blogs heb ik  ook geschreven over de mentor voor ieder kind. Deze mentoren zijn ‘aangesteld’ om zo de stabiliteit voor de kinderen te vergroten. Daarnaast wordt ook de wetgeving met betrekking tot vaste gezichten voor nul-jarigen aangepast. Vanaf 1 januari 2018 dient elk kind tot één jaar ten hoogste twee vaste beroepskrachten toegewezen te krijgen. Indien er wegens de stamgroep grootte met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt, mogen dit er maximaal drie zijn. Ik merkte al snel op dat deze nieuwe wetgeving voor heel veel discussie zorgt, want hoe gaan we dit in de praktijk brengen? Houders begonnen al te roepen dat het onmogelijk was en niet haalbaar et cetera. Hier ben ik het toch echt niet mee eens! Mag je even gaan puzzelen met je inzet van je beroepskrachten? Ja zeker. Moeten er wellicht arbeidscontracten worden aangepast of moet het dienstrooster worden omgegooid? Wellicht.
Allereerst wil ik benadrukken dat het niet zo is dat er maar twee beroepskrachten op de groep mogen staan. De wet schrijft alleen voor dat er altijd één van de twee vaste beroepskrachten op de groep dient te staan. De beroepskracht naast deze vaste beroepskracht mag iemand anders zijn.
Oké, ik snap dat dit misschien wat onduidelijk is. Het is lastig om op te schrijven wat er nu precies wordt bedoeld. Dus laat ik voor de duidelijkheid even een ‘voorbeeldrooster’ maken.
Je hebt een babygroep waar per dag twee pedagogisch medewerkers ingezet dienen te worden. Rosa en Saar zijn jouw vaste beroepskrachten van deze groep. Zij zijn tevens mentor van de kinderen op de groep. Naast Rosa en Saar is ook Vera op de groep ingezet om op deze manier op alle dagen aan het beroepskracht-kindratio (bkr) te voldoen.
 Het rooster ziet er dan als volgt uit:

  Maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag
Saar x x x x
Rosa x x x x
Vera x x

 
Het is zo dat je hierdoor wellicht met minder parttimers moet gaan werken. Naast bovenstaande oplossing zijn er nog vele andere te verzinnen. Je zal voor jouw eigen organisatie de puzzel moeten maken. Je kunt bijvoorbeeld ook zeggen dat jouw babygroep nog maar vier dagen in de week open gaat of aangepaste openingstijden heeft. Ik wil hierbij wel duidelijk benoemen dat wat mij betreft keuzes gemaakt dienen te worden vanuit jouw visie op babyopvang. Is jouw visie dat je het van belang vindt dat baby’s voldoende tijd doorbrengen met de ouders, zodat zij hierdoor een sterkte hechtingsband op kunnen bouwen, dan kan één dag geen babygroep aanbieden een optie zijn. Met de veranderingen ten aanzien van babyopvang wordt ook een deur geopend voor jouw als houder om actief na te denken over babyopvang, jouw visie daarop en hoe je dit in de praktijk vorm gaat geven. Dit is ook iets moois om mee te nemen in jouw nieuwe pedagogisch beleidsplan.

De inzet van vrijwilligers en stagiaires

Dan heb ik nu in mijn blogs alle onderwerpen ten aanzien van de Wet IKK belicht, op twee kleine onderwerpen na. Namelijk de inzet van vrijwilligers en stagiaires. Vanaf 1 januari 2018 mogen vrijwilligers niet meer formatief worden ingezet. Dit betekent dat vrijwilligers niet mee tellen in het bkr. Uiteraard mogen vrijwilligers wel binnen de organisatie blijven werken als extra ondersteuning van de beroepskracht.
Daarnaast wordt de inzet van stagiaires beperkt. En ja, ik ga het weer zeggen; het hoe en wat weten we nog niet. Dit wordt nog vastgesteld in de cao kinderopvang dus, ook hier zullen wij nog even geduld moeten hebben om het fijne ervan te weten te komen. Wel kan ik jullie vertellen dat in de Wet IKK is opgenomen, dat het aandeel van het aantal beroepskrachten in opleiding en de stagiaires die formatief worden ingezet, niet groter dan één derde ( 33%) van het personeelsbestand aan pedagogisch medewerkers op een kindercentrum mag zijn. De stagiaires en beroepskrachten in opleiding mogen uiteraard nog wel boventallig op de groep aanwezig zijn om te leren, te ontwikkelen en daarbij de pedagogisch medewerkers te ondersteunen.
Mocht je een meer gedegen advies willen voor jouw organisatie, handvatten willen krijgen over hoe je dit kunt aanpakken en de mogelijkheid willen krijgen om nog meer informatie en kennis te vergaren, alsmede al jouw vragen te stellen, dan nodig ik je van harte uit om deel te nemen aan de training; “IKK in de praktijk” verzorgd door Daisy’s Opstapje en Pulito. Kijk voor meer informatie en datums van de trainingen op de website van Daisy’s Opstapje of schrijf je direct in via de mail.
De volgende blog is alweer de laatste blog in de serie over de Wet IKK. Samen met Reinoud Kroese van Pulito Advies zal ik deze blog schrijven. De blog zal gaan over alle veranderingen die in 2019 zullen plaatsvinden. We zullen hierin ook de bedrijfsmatige kant belichten.

Over Daisy Koekkoek

Eigenaar bij Daisy’s Opstapje - Consultancy kinderopvang. Advies op maat voor elke kinderopvang organisatie. Van beleid schrijven, workshops tot aan advies, Daisy’s Opstapje helpt u met alle vragen rondom het runnen van een kinderdagverblijf. Met mijn blog wil ik jullie aan het denken zetten, ik wil jullie inspireren net een stapje extra te doen om jezelf en de organisatie te blijven ontwikkelen.

Ik zal gevoelige onderwerpen , leuke onderwerpen en serieuze onderwerpen belichten met humor en een knipoog, zodat het lezen van de blog altijd leuk is en jouw vooral inspireert ermee aan de slag te gaan! Toen ik als leidinggevende in de kinderopvang werkte, kreeg ik vaak de vraag van bevriende kinderopvanghouders van mijn toenmalige baas: ‘Kun jij mij helpen met de protocollen?’ of ‘Wil je voor mij de zienswijze schrijven?’ Al snel begon ik op mijn vrije dagen andere kinderopvangorganisaties te helpen. Ik haalde ontzettend veel voldoening uit het werk, ik kon hiermee bijdragen aan een betere kwaliteit in de kinderopvang. Daarom begon ik ook met Daisy’s Opstapje. Met Daisy’s Opstapje kan ik mijn kennis, ervaring en soms ook de harde waarheid overdragen aan alle houders in de kinderopvang.
Mijn doel? Simpel, de kwaliteit in de kinderopvang naar een hoger niveau brengen! Of mijn doel haalbaar is? Wellicht, maar het is in ieder geval een mooi doel. Elk kind in Nederland verdient de beste opvang, de beste ontwikkelingsmogelijkheden en de best getrainde pedagogisch medewerkers. Met Daisy’s Opstapje hoop ik daar aan bij te kunnen dragen.
Al van jongs af aan wist ik wat ik later wilde gaan doen, namelijk in de kinderopvang werken. Als dat zou lukken dan wilde ik ook zeker weten mijn eigen kinderopvangorganisatie runnen/ beginnen. Daarom besloot ik de HAVO af te slaan. Ik zie mijn verblufte ouders nog zo voor mij staan, maar ik wilde ervoor zorgen dat ik zo snel mogelijk klaar was met de middelbare school zodat ik snel kon starten met de opleiding tot pedagogisch medewerker. Ik kwam op de BBL opleiding terecht waarbij ik vier dagen als pedagogisch medewerker in de kinderopvang werkte. Ik genoot elke dag, maar wist ook zeker, dit is niet mijn eindstation. Daarom besloot ik een relatief nieuwe, maar geweldige opleiding te gaan volgen: Pedagogisch Management aan de Fontys Hogeschool in Den Bosch. Deels pedagogiek en deels management en daarbij was de opleiding volledig gericht op het werken in de kinderopvang. Het was een totaalplaatje, je leerde alles wat je als manager in de kinderopvang zou moeten weten. Van management en recht tot ontwikkelingspedagogiek.
Elke woensdag zat ik twee uur in de auto om mijn colleges te kunnen volgen. De rest van de dagen werkte ik als leidinggevende in de kinderopvang. Na vier leerzame jaren behaalde ik mijn diploma en mocht ik mijzelf Pedagogisch Manager noemen.

Bekijk mijn website

Gerelateerde berichten