Met schrik vernemen we bij de Inspectie Kinderopvang (GGD Amsterdam) dat sommige eigenaren en pedagogisch medewerkers van kinderdagverblijven de inspectie zien als één van de redenen om de tuin van het kinderdagverblijf niet te uitdagend te maken en om buiten niet te spannende activiteiten met kinderen te ondernemen. Inspecteurs zouden liever een veilige tuin met zachte tegels zien en een zandbak die wekelijks gezeefd wordt op kattendrollen. Daar besluiten we gauw een stokje voor te steken en van ons te laten horen. Natuurlijk staan we voor veiligheid en gezondheid, maar inspecteurs weten ook dat het juist veilig en gezond is voor kinderen als ze zoveel mogelijk de natuur in gaan. Een natuurlijke tuin bij het kinderdagverblijf of de buitenschoolse opvang hoort daarbij. Er zijn kinderen die het vooral van de tuin bij het kinderdagverblijf moeten hebben, omdat ze thuis geen tuin hebben of omdat ze weinig buiten komen.

Gelukkig zien wij tijdens inspectiebezoeken ook inspirerende tuinen, waar je het liefst zelf nog even op ontdekkingstocht zou gaan. Bij een grote tuin bij een kinderdagverblijf waar ik laatst was, zijn er tunnels aangelegd die overdekt zijn met takken en bladeren en woeste heggen waar je doorheen kan kruipen. Tijdens een bezoek aan een BSO bij een boerderij vertelden de pedagogisch medewerkers dat de kinderen (vanaf een bepaalde leeftijd) zelf het weiland in mogen om de boer te helpen en om over slootjes te springen. Wat een vrijheid biedt dat aan kinderen om door zo’n gigantisch weiland te mogen rennen en te leren over dieren en het land!

We begrijpen dat de meeste kinderdagverblijven geen boerenland of mooi stukje bos tot hun beschikking hebben. Ook is niet iedere pedagogisch medewerker zélf van huis uit gewend om veel buiten te zijn of buitenactiviteiten te ondernemen en dit maakt het lastiger om jezelf te motiveren of om uitdagende activiteiten buiten te bedenken. Ook horen we tijdens inspecties dat ouders soms moeite hebben met spannende activiteiten buiten. Hierna bieden we enkele tips en overwegingen als je als team graag eens de tuin bij het kinderdagverblijf wilt aanpakken of meer uitdagende activiteiten buiten wilt organiseren. We geven daarbij mee waar de inspectie op let en waar er ruim voldoende mogelijkheden zijn om te experimenteren.

Meer groen is altijd beter

Dat geldt voor buiten, maar ook voor binnen. De gemeentelijke campagne ‘tegel eruit, plant erin’ is een mooi houvast. Natuurlijk is het fijn als kinderen kunnen fietsen en rennen op verharde stukken, maar in een onverharde tuin kan nog zoveel meer! Als er overal planten en bomen staan, kunnen er overdekte paadjes ontstaan of plekken voor hutten. Overal ligt dan materiaal om mee te spelen, koken en knutselen.

Risico vermijden of afspraak maken?

Zie je er als team risico’s in als er overal takken, stenen en ander materiaal ligt waar kinderen over kunnen struikelen of het in hun mond kunnen stoppen? Bespreek met elkaar wat reële risico’s zijn en wat niet. Bepaalde risico’s, zoals iets in de mond stoppen, kun je samen omzetten in afspraken. Zo leren kinderen van jongs af aan wat wel en niet mag in de natuur. Uiteindelijk zullen ze moeten leren hoe ze met de natuur om moeten gaan, net als dat ze moeten leren met andere kinderen om te gaan.

Het idee achter de huidige regelgeving bij veiligheid en gezondheid is dat pedagogisch medewerkers zelf het beste zicht hebben op wat potentieel onveilig of ongezond is op hun groep en dat alle pedagogisch medewerkers dus ook worden betrokken bij het maken van het veiligheids- en gezondheidsbeleid. De inspecteurs kunnen tijdens een inspectiebezoek nagaan bij het team of iedereen op de hoogte is van risico’s op de eigen groepen en hoe ze daar mee omgaan.

Een geit in de tuin? Leuk, maar hoe leren jullie de kinderen daar mee omgaan? Hoe handel je als de geit een ziekte bij zich draagt?

Klimmen? Prima, goed voor de motorische ontwikkeling!, wat voor afspraken maken jullie hierover met de kinderen? Hoe leren jullie ze goed klimmen? Wat doen jullie als een kind wel valt?

Bespreek grote(re) risico’s met elkaar en kijk op een creatieve manier naar alternatieven als het risico jullie te groot lijkt. Een vijver met kikkers is leuk, maar brengt een groot risico op verdrinken met zich mee. Een waterpomp waarbij het water door pijpen of gangen wegstroomt en waar kinderen zelf dammen kunnen bouwen is een leuker en veiliger alternatief.

Waar te beginnen?

Hieronder enkele suggesties voor uitdagende tuinen en bijbehorende activiteiten en wat dit bijdraagt aan het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Op het moment dat je zelf overtuigd bent van het belang van het buiten genieten en bewegen en zélf de voordelen ervan hebt ervaren, kun je ouders hier ook gemakkelijker van overtuigen.

De ontdektuin als stimulans voor de zintuigen

In een ontdektuin met geheime paadjes, struiken, moestuin, en klimbomen worden alle zintuigen geprikkeld. Bedenk met elkaar: wordt in onze tuin het zien, voelen, horen, ruiken, proeven, het evenwicht en de beweging gestimuleerd? Door met elkaar (en met ouders en de kinderen) een moestuin aan te leggen, leren de kinderen hoe de natuur groeit en dat ze moeten wachten tot de bramen opkomen. Geen ruimte voor een hele moestuin? Kies dan bijvoorbeeld voor alleen een snoeptuin met wat frambozen, bramen en een vlierbes. Als een vlierbessenstruik het goed doet, kunnen de kinderen bergen bessen zelf plukken en ook al vroeg in de zomer (ongeveer juni). Voor de geur is het bijvoorbeeld heerlijk om lavendelbloemen te planten. Goed geurende bloemen trekken vaak ook bijen, dus kies er bijvoorbeeld voor om de bakken met bloemen hoog te hangen en de kinderen op te tillen om ze te laten ruiken. Zo lopen ze minder het risico om geprikt te worden. Jonge kinderen zijn sensitief voor geluid en kunnen intensief genieten van bepaalde muziek of geluiden. Door op plekken waar wind komt, een houten gong of andere windmobielen te hangen, zie je kinderen soms ineens stilstaan en verbijsterd naar het geluid luisteren. Inspiratie opdoen? In Leiderdorp is een natuurspeeltuin aangelegd waar er op natuurlijke wijze instrumenten zijn verwerkt in bomen.

Kinderen zouden vooral de ruimte moeten krijgen om zelf te kunnen proberen, voelen en kijken. Inspecteurs letten er bij het beoordelen van de pedagogische praktijk ook op hoe de ruimte bijdraagt aan het stimuleren van de ontwikkeling en het kunnen spelen en oefenen met de wereld om hen heen. Een goed ingerichte buitenruimte draagt daar aan bij.

De tuin als aanknopingspunt voor gesprekken

Alles in de tuin is een eindeloos aanknopingspunt voor gesprekken met kinderen en om ze meer te leren over de wereld. Dieren geven altijd genoeg stof om over te praten (waarom verstopt die kikker zich altijd daar op dat plekje? Kan een pissebed bijten? Mag ik de slak doodmaken? Dat doet mijn opa ook!). Een encyclopedie over dieren is onmisbaar, want de kans is groot dat er een reeks vragen komt over dieren waar je als volwassene al jaren geen aandacht meer aan hebt besteed. Inspecteurs proberen goed te luisteren naar de gesprekken tussen pm’ers en kinderen. In eerste instantie om te horen en zien of de pm’er sensitief en responsief reageert op een kind, maar ook om na te gaan in hoeverre de pm’er een kind aanzet tot denken en leren. De natuur en dieren zijn favoriete gespreksonderwerpen van veel kinderen en daarmee perfect om samen van te leren. In de tuin kunnen ze daarnaast ook spelenderwijs oefenen met elementen van de natuur die ze later nodig hebben om vaardigheden als wiskunde en natuurkunde te leren, zoals evenwicht, gewicht, positie en zwaarte bepalen, zwaartekracht en weerstand.

Rust en concentratie

Eén van de belangrijkste aspecten aan het buiten zijn, is dat het de kinderen en de pedagogisch medewerkers rust brengt. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer uren kinderen buiten doorbrengen, des te rustiger en meer geconcentreerd ze zijn. Op de website van Wageningen University is onder meer het laatste nieuws te vinden over onderzoeken die gaande zijn over het effect van de natuur op mensen. Net als dat dit binnen belangrijk is, is het voor kinderen van belang om buiten een plekje te hebben waar ze zich kunnen terugtrekken, zoals een overdekt hoekje of een eigengemaakte (boom)hut. Vindt een inspecteur dat je goed zicht moet hebben op alle kinderen? Natuurlijk letten we er op of de pedagogisch medewerkers de kinderen in beeld hebben. We kijken bijvoorbeeld of er een goede taakverdeling is tussen de pm’ers, zodat iedereen een deel van de buitenruimte in het zicht heeft. Mocht er dan een kind hulp nodig hebben, is dat gauw te zien. Dat betekent niet dat ieder kind iedere seconde in beeld moet zijn of een pedagogisch medewerker naast zich moet hebben. Afhankelijk van de leeftijd en het karakter van het kind, heb je als pm’er zelf het beste in beeld welke kinderen meer ruimte kunnen krijgen en daar goed mee om kunnen gaan. Een inspecteur zal hoogstens nagaan óf je als pm’er de kinderen goed kent en om een voorbeeld vragen waarom het ene kind iets wel mag en het andere kind niet.

Een plek voor alle leeftijden

Door verschillende hoogtes aan te brengen in een tuin (bijvoorbeeld heuvels die steeds wat hoger worden), leren kinderen klimmen en rollen. Als kinderen ouder worden, willen ze nog verder de hoogte in. Voor kinderen in de BSO-leeftijd is het natuurlijk leuker om zich te vermaken in een meer uitdagende tuin en met activiteiten die grensverleggend(er) zijn, zoals hoger klimmen of klussen met echt gereedschap en echte materialen. Heb je twijfels over of datgene wat je wilt laten bouwen veilig genoeg is of bijvoorbeeld niet te hoog is? Of dat bepaalde activiteiten, zoals zagen of vuurtjes stoken afgekeurd worden door de inspectie? Ga dan eerst met het team na wat de reële risico’s zijn en pas het veiligheid- en gezondheidsbeleid daarop aan. De eerste vraag die een inspecteur naar alle waarschijnlijkheid vraagt als je als eigenaar belt om te vragen of iets mag, is of er al over is gesproken in het team en of het beleid en de afspraken er op afgestemd zijn.

En dus ook uitdagingen voor baby’s in de buitenruimte!

Het is een goede ontwikkeling dat steeds meer locaties ook een buitenruimte hebben voor de baby’s en dat ook de allerjongste kinderen worden meegenomen naar buiten. Jammer is wel dat het babygedeelte vaak bestaat uit zachte tegels en weinig uitdagende andere materialen, behalve wat zacht spul dat mee wordt genomen van de groep. In feite gelden voor de babygroep geen andere richtlijnen dan voor de peuters of kleuters. Zeker voor baby’s geldt dat ze al hun zintuigen optimaal gebruiken. Ook hier geldt weer dat de inspecteur na kan vragen wat de risico’s zijn voor de baby’s als ze in zo’n buitenruimte kruipen en spelen, hoe er met deze risico’s wordt omgegaan en we inspecteren of de pm’er’s nabij genoeg zijn om de (emotionele) veiligheid te waarborgen van de baby’s in de tuin.

Uitdagingen uit de weggaan voor de inspectie?

Met bovenstaande hopen we de twijfel weg te nemen over of een bepaalde tuin te riskant zou zijn of dat activiteiten beter niet uitgeprobeerd kunnen worden. De kans is een stuk groter dat de inspecteur verveeld naar dezelfde soort tuin met tegels en fietsjes kijkt en weinig uitdagingen ziet voor de kinderen dan dat we een tuin tegenkomen die we te riskant vinden. Of een inrichting of bepaald gedrag van kinderen te riskant is, heeft veel meer met het gedrag van de pedagogisch medewerker te maken. Daar letten we dan ook altijd kritisch op. Ga met elkaar in gesprek over de wensen die er leven rondom een tuin, betrek de ouders én de kinderen zelf erbij, bel met de inspectie als je echt twijfels hebt, en vooral: verras ons maar!

Bron;
Kinderopvangtotaal 18 september 2017 ‘Buitenspelen bevordert cognitieve ontwikkeling’ over het Canadese onderzoek Time spent outdoors during preschool: Links with children’s cognitive and behavioral development’.

Over Marijse Nijhof

Maryse Nijhof-Broek, inspecteur kinderopvang GGD Amsterdam

Gerelateerde berichten